back |

|
|
Mack The Knife / Bonus Track Mackie Messer Music: Kurt Weill x Lyrics: Bertholt Brecht, John Gay
Tien jaar geleden hoorde Helmut Lotti op de radio het verhaal achter Mack The Knife. "Het is me altijd bijgebleven dat de Driestuiversopera eigenlijk de eerste musical was, in de moderne betekenis van het woord, dus een musical met hitsongs zoals Mack the Knife, of liever: Mackie Messer."
Die Morität von Mackie Messer is een 'moordsong' uit de Driestuiversopera (1928) van auteur Berthold Brecht en componist Kurt Weill. Het legendarische creatieve topduo uit het Interbellum dankt voor een groot stuk haar faam aan dit meesterlijke theaterstuk. Theater, jawel, want in tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, is Dreigroschenoper niet zozeer een opera als wel een theaterstuk waarin de acteurs in totaal 22 liedjes kunnen zingen. De toneelspelers moeten daarvoor evenwel niet eens over een klassiek geschoolde zangstem beschikken.
Niettemin, Dreigroschenoper is wel degelijk gebaseerd op een heuse opera, Beggar's Opera van John Gay uit 1728. Trouwens, net om de 200ste verjaardag te vieren van de première van die Beggar's Opera laten Brecht en Weill zich in 1928 tot het schrijven van Dreigroschenoper bewegen. Kurt Weill trekt zich echter niets aan van de oorspronkelijke muziek, Berthold Brecht daarentegen laat zich wel door het oorspronkelijke libretto inspireren.
Dreigroschenoper speelt zich af in de Londense volkswijk Soho. Messentrekker MacHeath, alias Mackie Messer, trouwt zeer tegen de zin van haar vader met Polly. Polly is de dochter van Peachum, de 'koning' van de bedelaars. Intriges, veroordelingen en verdachtmakingen brengen MacHeath bij herhaling achter de tralies, maar hij kan in extremis rekenen op gratie.
De sociaal bewogen Brecht bedoelt het stuk aanvankelijk als scherpe kritiek op het naakte kapitalisme, maar dankzij de swingende, vingerknippende muziek van Weill wordt het vooral als een bijtende parodie ontvangen. Het maakt het stuk populair tot ver buiten Duitsland, met vertalingen in 18 talen tot gevolg.
Mackie Messer, het openingslied zelf, wordt pas kort voor de theaterpremière geschreven op vraag van hoofdrolspeler Harald Paulsen, die meer diepgang aan zijn karakter wil geven. Brecht schrijft prompt negen strofen, waarvan er uiteindelijk slechts zes weerhouden worden voor die eerste voorstellingenreeks. Later, voor de verfilming begin jaren dertig en een nieuwe na-oorlogse opvoering in 1948, schrijft en herschrijft Brecht enkele strofen.
In de oeropname op plaat zingt Brecht zelf mee, terwijl Lotte Lenya - mevrouw Weill van 1926 tot 1933 en een tweede maal van 1937 tot aan zijn dood in 1950 - mee op de planken staat van de eerste opvoering. Lotte Lenya - inmiddels weduwe Weill - speelt trouwens ook mee in de Broadway première in 1954. Haar aanwezigheid in de opnamestudio verleidt Louis Armstrong bovendien ertoe om haar naam in de songtekst toe te voegen aan de lijst van slachtoffers van MacHeath: Lotte Lenya. Lotte? Yes, Lotte! Armstrong zingt in de eerste helft van de jaren vijftig de Engelse standaardvertaling van Marc Blitzstein: Mack The Knife. Bobby Darin wijkt daar her en der van af in zijn hitversie van 1959. Historische versies van Mack The Knife zijn er ook van Sammy Davis Jr, Duke Ellington, Ella Fitzgerald, The Doors, Ruben Blades, Sting, Tito Puentes, Marianne Faithfull, Nick Cave en vele anderen, onder wie nu Helmut Lotti. Lotti? Yes, Lotti!
|
|
That's Life Music: Dean K. Thompson x Lyrics: Dean K. Thompson, Kelly Gordon
De eerste versie is er een van O.C. Smith in 1964. Maar deze ex-muzikant uit het orkest van Count Basie reikt nog niet aan de enkels van de "originele" hit van Frank Sinatra, twee jaar later. That's Life, de song overigens van diens gelijknamige hitalbum uit 1966, brengt Sinatra begeleid door het orkest van Ernie Freeman naar de top 5 van de hitparade, en dat nog wel in de gloriejaren van de psychedelische pop. Sinatra slaat met dit nummer andermaal tot jaren later een brug naar pop- en rockmuzikanten, getuige de versies van oa David Lee Roth (1986), Van Morrison (1996) en Bono (2002).
Helmut: "Dit nummer wilde ik er ab-so-luut op. Ik vind het thema zo leuk: stug doorgaan in het leven, niet afgaan, maar alles wordt met een vette knipoog gebracht. Het dramatische behoudt tegelijk dus iets vrolijks. De zanger maakt van zijn neus tegen het leven, over het leven. That's life is eigenlijk de ballade van de knorpot. (Lachje:) Ik herken er mezelf wel een beetje in."
|
|
Fly Me to the Moon Music: Bart Howard x Lyrics: Bart Howard
Op Frank Sinatra's It Might as Well be Swing uit 1964 - opgenomen met Count Basie - staat ook Fly Me to the Moon, net zoals de rest van de plaat in een arrangement van Quincy Jones. De briljante Jones maakt van de oorspronkelijke wals van Kaye Ballard uit 1954 een swing door aan het matenschema te sleutelen en geeft het nummer zo haar definitieve versie.
De opname van Sinatra mag mee op de maanvlucht van Apollo 10 en een Zuid-Koreaans kosmonaute zing het voor haar collega's in de ruimte tijdens een vlucht van Soyuz TMA 12. Letterlijk: Fly me to the Moon, dus.
In 1954 neemt Portia Nelson het nochtans als eerste op onder de titel In other Words, maar het publiek pikte telkens weer de eerste regel van de tekst op, zodat de uitgevers na enkele jaren de titel ook officieel wijzigentot Fly Me to the Moon. Johnny Mathis is de eerste, in 1956, om het onder die titel op te nemen.
Er volgen versies van Tony Bennett, Doris Day, Connie Francis, tot Westlife toe. Memorabel is eveneens de openingsscene van Wall Street, het meesterwerk van regisseur Oliver Stone uit 1987 met Michael Douglas in de hoofdrol van Gordon Gekko, op de tonen van Fly me to the Moon.
Helmut: "Dit is een romantische swing. Het swing met een fluit, een zachte hi-hat, met een galmpje. Het roept een romantische nachtwandeling op, je kijkt naar de maan en zingt Fly me to the moon."
|
|
Danke Schön Music: Berthold Kaempfert x Lyrics: Kurt Schwabach, Milt Gabler
Danke Schön is één van de pareltjes van componist Bert Kaempfert (1923-1980), ongetwijfeld de belangrijkste orkestleider in Duitsland na de Tweede Wereldoorlog. In die Tweede Wereldoorlog zit Berthold Kämpfert in Deense gevangenschap, meteen daarna toert hij met zijn eerste big band (Pik Ass) langs de clubs van achtergebleven Amerikaanse officiers. Kaempfert bewerkt in die tijd onder andere het volksliedje Muss i denn zum Städtele hinaus dat in 1960 onder de titel Wooden Heart die andere G.I. met dienst in Duitsland - jawel: Elvis Presley - succes oplevert.
Zelf is hij overigens de eerste Duitser met een nummer 1 hit in de States: Wonderland by Night (1960), maar Kaempfert schrijft voornamelijk deuntjes die dankzij een Engelse tekst wereldsuccessen voor anderen worden. Denk maar aan Strangers in the Night voor Frank Sinatra of Spanish Eyes voor Al Martino. Deze Danke Schön dankt haar succes evenmin aan Kaempferts originele versie uit 1962 maar aan Wayne Newton (1963) en, meer nog, Brenda Lee (1964).
Helmut: "Danke Schön is heel dubbel. De melodie swingt en is tegelijk heel melancholisch. Net zoals het verhaal met de terugblik: wat was het mooi, maar nu is het gedaan, bedankt voor all joy and pain."
|
|
Heavenly Match on Earth Music: Helmut Lotti x Lyrics: Helmut Lotti
Helmut: "Ik wilde een nummer schrijven in de traditie van Dean Martin, een song als In The Chapel In The Moonlight, of Send Me The Pillow That You Dream On. De snelle 12/8 maat past bij de swing, de piano geeft de cadans aan, je krijgt halverwege een stop en het close harmony koortje geeft het geheel een romantisch gevoel. Heavenly Match On Earth voegt al bij al een extra gevoel toe aan de plaat."
|
|
Cabaret Music: Fred Ebb x Lyrics: John Kander
Eerst is er de roman Goodbye to Berlin van Christopher Isherwood in 1939. Die wordt door John Van Druten naar toneel vertaald onder de titel I am a Camera in 1951. Onder diezelfde titel komt er in 1955 dan weer een film. En die inspireert op zijn beurt in 1966 Joe Masteroff tot de musical Cabaret - met teksten van Fred Ebb en muziek van John Kander. En die musical wordt dan weer in 1972 verfilmd met Liza Minnelli in de hoofdrol en liefst acht Oscars als resultaat.
Het verhaal speelt zich af in de de coulissen en op de planken van de Kit-Kat club in Berlijn, een stad die ten tijde van de Weimar republiek de opkomst kent van nazisme en antisemitisme. De verstrengeling van wat er op het schouwtoneel van de Kit-Kat enerzijds en van de wereld anderzijds gebeurt, maakt van Cabaret een maatschappelijk commentaar.
In de originele Broadway-productie van 1966 speelt Lotte Lenya Fraulein Schneider. De theatermusical beleeft meerdere reprises en revivals, zoals in 1998 met o.a. Jennifer Jason Lee, Brooke Shields en Teri Hatcher.
Maar ongetwijfeld is Liza Minnelli's versie van de titelsong uit de film van 1972 de meest bekende. Het nummer komt in het tweede deel van de twee-akter. Een mogelijk biseksueel schrijver die in Berlijn zijn onschuld en illusies verliest, zegt aan zangeres Sally dat zij naar Amerika moeten terugkeren om hun toekomstige baby te kunnen opvoeden. Sally amuseert zich evenwel kostelijk in de Duitse hoofdstad. Hij vraagt haar niet blind te blijven voor wat er om hen heen gaande is. Wanneer zij in de Kit-Kat Cabaret zingt, grenst de ironie aan wanhoop, en draait het nummer uit op hysterie. Sally stort in.
Helmut: "Cabaret is een behoorlijk wrang nummer, met een erg fatalistische kijk op het leven: je kan beter profiteren, want het leven is een klucht. Op een eigenaardige manier doet het mij denken aan wat ik op From Russia With Love ook al gedaan heb: ook de Russen fuiven omdat ze steeds maar moeten denken aan de vergankelijkheid van alles."
|
|
King of the Road Music: Roger Miller x Lyrics: Roger Miller
Rondreizend countrymuzikant Roger Miller verblijft in het Idanha Hotel in Boise, Idaho wanneer hij King of the Road schrijft. Hij bezingt de vrijheid van het nomadenbestaan (van hemzelf?) met enige ironie. In hetzelfde jaar 1965 bezingt zangeres Jody Miller overigens de ommekant van die vrijheid, wanneer zij het heeft over het huishoudleven van de achtergelaten vrouwen in de antwoordsong Queen of the House. Maar King of the Road levert een roemrijke verzameling covers op: van Dean Martin over de Ray Conniff Singers en Boney M tot R.E.M. en Rufus Wainwright. De song duikt ook her en der op als soundtrack, o.a. voor Wim Wenders' Im Lauf der Zeit (1976), Ang Lee's doorbraakfilm Brokeback Mountain (2005) en Into the Wild van Sean Penn (2007). King of the Road staat ook in 1995 op de soundtrack van Doug Liman's Swingers, weze het dat Swinger hier een dubbele betekenis heeft bovenop de muzikale.
Helmut: "(Laconiek:) Ik ben geen kettingrokende, afgeleefde ouwe zot. Maar dit illustreet mooi de country-zijde van de swing."
|
|
La Mer Music: Charles Trenet, Albert Lasry x Lyrics: Charles Trenet
La Mer is één van de onbetwiste klassieken uit de geschiedenis van het Franse chanson. Charles Trenet, 'le fou chantant' met het vilten hoedje schrijft het in 1945, samen met Leo Chauliac in amper 20 minuten tijdens een treinreis tussen Carcassone en Narbonne. Sindsdien is het liedje een geheel eigen leven gaan leiden. Dat succes is zeker ook te danken aan Beyond the Sea, de Engelse vertaling door Jack Lawrence, in de bekendste versie van Bobby Darin. Toch heeft Beyond the Sea het poëtische loflied op de zee van La Mer vertaald in een hunkerend liefdesverhaal met de zee slechts in de achtergrond.
Charles Trenets origineel, Bobby Darins versie of één van de 400 andere covers is vaak gebruikt voor film en televise: A Bitter Moon, Apollo 13, Bains-douches, Austin Powers in Goldmember, I Sognatori, Black Rain, The X-Files, Lost, en zelfs de animatiefilm Nemo.
Helmut: "La Mer is een pure ode aan de zee, een foto van de zee in pure poëzie gevat. Je voelt de natuur en het leven in die Franse tekst. De Engelse versie (Beyond The Sea) is meer een lovesong over een koppel dat gescheiden wordt door een oceaan. Maar het swingarrangement dat Bobby Darin gebruikt, heb ik eigenlijk toegepast op de Franse tekst. Ik ben een fan van Bobby Darin en dat werkt heel goed, vind ik."
|
|
Perfidia Music: Alberto Dominguez Borras x Lyrics: Alberto Dominguez Borras
Liefde en bedrog staan centraal in de latin swing van het Mexicaanse Perfidia, een song van Alberto Dominguez, uit 1939 en een hit voor Xavier Cugat in 1940, een tijd waarin Spaanse liedjes bijzonder goed scoren bij swingende bigbandleiders.
In de klassieker van het witte doek Casablanca, tijdens de flashback naar Parijs, dansen Ilsa en Rick in een nachtclub op dit Perfidia. Maar het nummer kent tal van vertolkers: Tommy Dorsey, Glenn Miller, Nana Mouskouri, Linda Rondstadt, Nat King Cole, The Four Aces, Perez Prado, Ibrahim Ferrer, Ben E King.
Helmut: "Perfidia is de vreemde eend in de bijt, met dat trage begin en die mooie latino touch. En ik vind Spaans een leuke taal om in te zingen. Want veel swingversies van het origineel zijn uiteindelijk instrumentaal gebleven. Maar het was voor mij een uitdaging om de dramatiek te behouden en tegelijk te blijven swingen. En dat is wonderwel gelukt."
|
|
In The Arms Of A Stranger Music: Helmut Lotti x Lyrics: Helmut Lotti
Helmut: "Als ik In The Arms Of A Stranger zing, heb ik altijd dat beeld in het achterhoofd van James Dean, met de handen diep in de zakken van zijn regenjas, terwijl hij doolt door straten die er nat bijliggen. De sfeer moet intiem zijn. Want dit gaat over wat er gebeurt als je jezelf verliest in de armen van een onbekende. Als je op zoek gaat naar troostvolle liefde, kan je voortgedreven door melancholie wel eens overwegen je heil te zoeken in de armen van een onbekende. Maar dan ga je op zoek naar iets dat je uitgerekend daar niet vindt."
|
|
Ti Guardero Nel Cuore Music: Gaetano Oliviero, Riziero Ortolan x Lyrics: Marcello Ciorciolini, Norman Newell
Ti Guardero Nel Cuore is aanvankelijk het instrumentale thema van de Italiaanse documentaire film Mondo Cane uit 1962. De film wordt genomineerd voor de Gouden Palm in Cannes, de compositie van het duo Riz Ortolani en Nino Oliviero op haar beurt voor de Oscar van beste filmmuziek in 1963. Marcello Ciorciolini voorziet de melodie van een Italiaanse tekst, die met de titel More naar het Engels gezet wordt door Norman Newell.
Nat King Cole, Harry Connick Jr, Bobby Darin, Doris Day, Marvin Gaye, Roy Orbison, The Drifters, allemaal namen ze More op. Ook Frank Sinatra doet dat in 1964, voor zijn album It Might as Well be Swing.
Helmut: "Je hoort aan de romantische melodie: dit komt oorspronkelijk uit Italië. Maar het is niet verwonderlijk dat hier een swing van gemaakt is. Romantische teksten krijgen altijd een meerwaarde als je ze laat swingen. Er hangt altijd romantiek rond swing en Italiaans is een romantische taal. Dus dat klopt heel erg goed."
|
|
Fever Music: John Davenport x Lyrics: Eddie J. Cooley
Fever staat aan de wieg van de rock n'roll, in de originele versie van Little Willie John in 1956. (Little Willie John die in 1966 veroordeeld wordt voor moord en in 1968 overlijdt in de gevangenis.) Twee jaar later eigent Peggy Lee zich de song toe, met aangepaste tekst, en verovert het nummer een onbetwistbare plek in het standaardrepertoire van populaire muziek.
Het is geschreven door Eddie Cooley en ene John Davenport. Davenport - naar zijn stiefvader - is het blank-klinkende pseudoniem van Otis Blackwell, de New Yorker die onder meer ook tekent voor Jerry Lee Lewis' Great Balls of Fire en Breathless, en Elvis Presley's Don't Be Cruel, All Shook Up of Return To Sender. Blackwell/Davenport hertekent kortom het landschap van de populaire muziek in het midden van vorige eeuw.
Helmut: "Fever is ongetwijfeld één van de eerste liedjes die ik ooit op een podium gezongen heb, natuurlijk in de versie van Elvis. Er moet nog een Revox-opname van bestaan. Nu, zoals Elvis het zong, gebeurt er eigenlijk weinig in dat nummer. Peggy Lee, met haar modulaties en blazers, maakte het veel spannender. Wij zijn begonnen als Elvis, maar we hebben het dan geleidelijk groter gemaakt, dikker, koortsiger vooral ook."
|
|
Around You Music: Helmut Lotti x Lyrics: Helmut Lotti
Helmut: "Als je je bewust bent van jezelf in de wereld, van de vrijheid die je hebt, van de mooie dingen en mensen om je heen; als je kortom positief in het leven staat, vertoeven anderen graag in jouw gezelschap. Geluk en levensvreugde straal je uit en heb je voor een stuk dus ook wel in eigen hand, zolang je bereid bent je onvoorwaardelijk te geven. Het romantische koortje maakt bovendien dat je je niet alleen voelt."
|
|
L-O-V-E (duet with Clare Teal) Music: Bert Kaempfert x Lyrics: Milton Gabler
Milt Gabler en Bert Kaempfert schrijven L-O-V-E voor de Unforgettable jazzgrootheid Nat King Cole. Die neemt het op voor zijn L-O-V-E album uit 1965, dat verschijnt enkele dagen voor de 45-jarige kettingroker op 15 februari overlijdt aan longkanker.
Frank Sinatra neemt het eveneens op, net als dochter Nathalie Cole, maar recenter, meer bepaald in 2007, is het vooral de cover van Joss Stone en de bijhorende clip met actrice Keira Knightley in de commercial voor Coco Mademoiselle van Chanel die het nummer terug in de belangstelling plaatst.
Helmut: "L-o-v-e is uitermate geschikt voor een duet, omdat het een ode is aan de liefde. Het bezingt heel mooi en in alle eenvoud de kwetsbaarheid van de liefde (please, don't break it), het exclusieve van de liefde (the only one I see), het absolute ook van de liefde (love was made for me and you). Ik heb dit in duet mogen zingen met Clare Teal, een heel erg knappe zangeres, die in Engeland al drie jaar op rij de award van beste jazz-zangeres wint."
|
|
Bad Bad Leroy Brown Music: Jim Croce x Lyrics: Jim Croce
Helmut: "Boontje komt om zijn loontje. Bad Bad Leroy Brown is een fantastisch nummer van jim Croce over een ruige kerel die nu eens zelf op zijn bakkes krijgt, omdat hij zo'n foute macho is."
Wanneer Frank Sinatra Mack The Knife zingt, laat hij niet na te melden dat Mack badder than ol' Leroy Brown is. Bad, Bad Leroy Brown hoort met andere woorden tot het gemeengoed van de populaire cultuur. Het nummer of het personage duiken op in afleveringen van Friends en Crocodile Dundee II, of Home Alone III.
Toch wordt het nummer over de verleidelijke maar gemene vechtersbaas de zwanezang van auteur-componist Jim Croce. Croce legt in 1972 de basis van enig succes met zijn debuutplaat You don't Mess Around With Jim. Een jaar later breekt hij pas echt goed door met zijn nieuwe single Bad, Bad Leroy Brown. Om dat succes te verzilveren trekt hij op tournee en, na een optreden in Natchitoches, komt hij om bij een vliegtuigongeval op 20 september 1973.
|
|
Reet Petite Music: Berry Gordy Jr., Tyran Carlo x Lyrics: Berry Gordy Jr., Tyran Carlo
Reet Petite is in vele opzichten een historische song.
In 1956 betekent Reet Petite het eerste succes voor Jackie Wilson solo. Wilson zingt tot dan bij Billy Ward & The Dominoes, die ene Elvis Presley onder hun fans tellen. Niet alle fans zijn echter even lief. In 1961 wordt Jackie Wilson neergeschoten door een vrouwelijke fan, maar hij overleeft de aanslag. In 1975 echter krijg hij een hartaanval op het podium, terwijl hij Lonely Teardrops zingt. Hij belandt in een coma, uit dewelke hij niet meer ontwaakt. Jackie Wilson sterft acht jaar later, in 1984. Postuum scoort hij echter in 1987 opnieuw een grote hit met Reet Petite dankzij de Levi's 501 commercial.
De eerste hitversie, die uit 1956, van Reet Petite heeft nog een bijkomende, quasi weergaloze waarde voor de muziekgeschiedenis. Het nummer is namelijk van de hand van Berry Gordy en Tyran Carlo (een pseudoniem van Jackie Wilsons neefje Billy Davis). Voor de titel speelden ze leentjebuur bij Louis Jordans song Reet, Petite and Gone, maar de opbrengst van zijn eigen Reet Petite investeert Berry Gordy (samen met Smokey Robinson) in de oprichting van zijn eigen platenlabel op nummer 2648 West Grand Boulevard, in motor town Detroit : het bezwaarlijk te onderschatten Motown, de stal van jong, zwart, zelfbewust Amerika, van The Supremes en The Four Tops, van Gladys Knight & The Pips en Mary Wells, van Stevie Wonder, Marvin Gaye, The Jackson 5, en zovele anderen, tot Erykah Badu toe.
Helmut: "Reet Petite neigt naar rock-n'-roll, het had zo door Elvis Presley gezongen kunnen worden. Elvis was namelijk een fan van Jackie Wilson, dat hoor je bij voorbeeld aan hoe hij Return to Sender zingt. Ja, Elvis heeft veel mosterd gehaald bij Jackie Wilson."
|
|
|
Time to Swing Music: Helmut Lotti & Wim Bohets x Lyrics: Helmut Lotti
Helmut: "We hadden een titelsong nodig, vond ik. En dat moest zoiets worden als Rock Around The Clock. Tenslotte is rock een afgeleide van swing, nietwaar. En ook Time To Swing zit aan de rock-zijde van swing. Maar we zijn vertrokken bij een relatief klassiek bluesschema en Wim (Bohets) heeft daar het refrein bij uitgevonden. En het blijft natuurlijk een swing dankzij de blazers, de shuffle, de boogie woogie piano. Het globale idee was natuurlijk: laten we een feestje bouwen. En dat is de essentie van swing."
|